Box 3 · Belastingnieuws
Het kabinet wil vanaf 2028 vooral gerealiseerde vermogenswinst belasten. Daarmee verdwijnt voor veel beleggers de jaarlijkse heffing over papieren koerswinst. De rekening wordt echter deels betaald met fors lagere vrijstellingen, waardoor kleinere spaarders en beleggers eerder belasting kunnen gaan betalen.

- Voor 2027 wordt een verlaging van het heffingsvrije vermogen naar €30.846 per persoon voorgesteld.
- Het forfait voor overige bezittingen moet in 2027 met 1,5 procentpunt omhoog.
- Vanaf 2028 wil het kabinet koerswinst op financiële instrumenten in beginsel pas bij verkoop belasten.
- Het heffingsvrije resultaat wordt volgens het nieuwe plan €1.000 per persoon in plaats van €1.800.
- De voorstellen zijn nog geen wet; de parlementaire behandeling en uitvoeringstoets moeten nog volgen.
Wat heeft het kabinet voorgesteld?
De discussie over box 3 is in een nieuwe fase beland. Op 29 september 2026 stuurde het kabinet een nieuwe Kamerbrief over box 3 naar de Tweede Kamer. De kern is dat het kabinet sneller wil overstappen naar belasting over gerealiseerde vermogenswinst.
In het wetsvoorstel dat al door de Tweede Kamer is aangenomen, zouden aandelen en veel andere beleggingen vanaf 2028 jaarlijks worden belast op basis van de werkelijke waardeverandering. Ook een koersstijging die nog niet is verzilverd, zou dan meetellen. Het kabinet wil dit onderdeel nu aanpassen met een novelle: een afzonderlijk wetsvoorstel dat het bestaande voorstel wijzigt.
De plannen zijn daardoor concreter geworden, maar nog niet definitief. De novelle moet nog worden opgesteld, beoordeeld en door beide Kamers worden behandeld.
Wat verandert wanneer?
| Jaar | Voorgestelde behandeling | Belangrijkste aandachtspunt |
|---|---|---|
| 2026 | Het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijs blijft gelden. | Het heffingsvrije vermogen bedraagt €59.357 per persoon. |
| 2027 | Het huidige stelsel blijft nog één jaar in gebruik. | Voorgestelde vermogensvrijstelling van €30.846 en een 1,5 procentpunt hoger forfait voor overige bezittingen. |
| 2028 | Werkelijk rendement wordt de basis. Financiële instrumenten gaan grotendeels naar een vermogenswinstbelasting. | Voorgesteld heffingsvrij resultaat: €1.000 per persoon. |
| 2030 | Het kabinet wil ook de resterende vermogensbestanddelen naar een volledige vermogenswinstbelasting brengen. | De precieze indeling en uitvoeringsregels moeten nog worden ontwikkeld. |
Van papieren winst naar gerealiseerde winst
Bij een vermogensaanwasbelasting wordt de jaarlijkse waardeverandering belast, ook wanneer een belegging niet is verkocht. Staat een aandelenportefeuille op 31 december hoger dan aan het begin van het jaar, dan kan die papieren winst belastbaar zijn.
Bij een vermogenswinstbelasting wordt de waardestijging in beginsel pas belast wanneer de belegger de winst realiseert, meestal door verkoop. Het kabinet wil deze methode vanaf 2028 toepassen op alle financiële instrumenten, waaronder aandelen, obligaties en opties. Volgens het kabinet valt daarmee ongeveer 90 procent van het box 3-vermogen met waardeontwikkeling onder een vermogenswinstbelasting.
Voor langetermijnbeleggers is dit doorgaans gunstiger voor de liquiditeit. Zij hoeven niet ieder jaar geld vrij te maken om belasting over een nog niet verzilverde koerswinst te betalen. Het uitgestelde belastingbedrag kan ondertussen blijven renderen. Daar staat tegenover dat belastingheffing bij verkoop een prikkel kan geven om winstgevende posities langer vast te houden.
Ontvangen rente, dividend en huur zijn directe inkomsten. Deze opbrengsten worden niet automatisch uitgesteld tot het moment waarop de onderliggende bezitting wordt verkocht.
De rekening wordt deels bij kleinere vermogens gelegd
De overstap naar heffing bij verkoop levert de overheid in de eerste jaren minder geld op. Een belangrijk deel van de dekking wordt daarom binnen box 2 en box 3 gezocht.
Voor 2027 wil het kabinet het heffingsvrije vermogen verlagen van €59.357 in 2026 naar €30.846 per persoon. Daarnaast moet het forfait voor overige bezittingen, zoals beleggingen, met 1,5 procentpunt worden verhoogd. Het forfait voor banktegoeden valt niet onder deze verhoging.
Vanaf 2028 verandert niet alleen het bedrag, maar ook het begrip. Het heffingsvrije vermogen maakt dan plaats voor een heffingsvrij resultaat. Van de jaarlijkse opbrengst zou de eerste €1.000 per persoon zijn vrijgesteld. In het eerdere wetsvoorstel was dat nog €1.800.
Het onderscheid is belangrijk:
- Heffingsvrij vermogen: een deel van de totale bezittingen minus schulden blijft buiten de forfaitaire berekening.
- Heffingsvrij resultaat: een deel van de jaarlijkse rente, dividend, huur en belastbare vermogenswinst blijft buiten de heffing.
Rekenvoorbeeld: €100.000 spaargeld
Stel dat één persoon een heel jaar €100.000 spaargeld aanhoudt tegen 2 procent rente. Het werkelijke rendement bedraagt dan €2.000.
Onder het eerdere voorstel bleef €1.800 vrijgesteld en was €200 belastbaar. In het nieuwe voorstel blijft €1.000 vrijgesteld en wordt €1.000 belastbaar. Als het belastingtarief 36 procent blijft, zou de heffing in dit vereenvoudigde voorbeeld stijgen van €72 naar €360.
Dit voorbeeld is indicatief. Het uiteindelijke tarief, de behandeling van kosten, fiscale partners en verliesverrekening moeten nog definitief worden vastgesteld.
Wat betekenen de plannen voor verschillende groepen?
Spaarders
Spaarders met een relatief bescheiden vermogen kunnen eerder belasting gaan betalen. Bij 2 procent rente levert €50.000 spaargeld precies €1.000 rendement op. Wie meer rente of ander box 3-inkomen ontvangt, komt sneller boven de voorgestelde resultaatvrijstelling uit.
Beleggers in aandelen en obligaties
Beleggers krijgen het voordeel dat zij over een waardestijging in beginsel pas bij verkoop afrekenen. De fiscale aankoopwaarde, aftrekbare kosten en regels voor verliezen worden daardoor zeer belangrijk. Wie regelmatig verkoopt, profiteert minder van het uitstel dan een belegger die posities lang aanhoudt.
Cryptobezitters
De Kamerbrief noemt financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en opties, maar crypto niet afzonderlijk. Het is daardoor nog niet zeker of rechtstreeks aangehouden cryptomunten vanaf 2028 onder dezelfde vermogenswinstbelasting vallen. Een beursgenoteerd cryptoproduct kan juridisch anders worden behandeld dan bitcoin of ethereum in een eigen wallet.
Vastgoedbeleggers
Voor onroerende zaken bevatte het oorspronkelijke wetsvoorstel al een vermogenswinstbelasting over de waardeverandering. Lopende inkomsten, zoals huur, blijven afzonderlijk relevant. Voor 2027 kan de verhoging van het forfait voor overige bezittingen vastgoedbezitters wel direct raken.
Dga’s en ondernemers met een bv
Het kabinet wil het hoge tarief in box 2 van 2027 tot en met 2030 tijdelijk verlagen van 31 naar 29,2 procent. Tegelijk wordt voorgesteld de grens voor excessief lenen bij de eigen bv in vijf jaarlijkse stappen van €80.000 te verlagen van €500.000 naar €100.000. Eigenwoningleningen blijven volgens het voorstel uitgezonderd.
Wat kosten de plannen en hoe worden ze betaald?
De overstap naar een vermogenswinstbelasting verschuift belastinginkomsten naar latere jaren. Volgens de raming bedraagt de budgettaire derving ruim 3 miljard euro in zowel 2028 als 2029.
Het kabinet noemt onder meer de volgende maatregelen om dit op te vangen:
- Het heffingsvrije vermogen in 2027 verlagen naar €30.846.
- Het forfait voor overige bezittingen in 2027 met 1,5 procentpunt verhogen.
- Het heffingsvrije resultaat vanaf 2028 verlagen naar €1.000.
- De grens voor excessief lenen bij de eigen bv stapsgewijs afbouwen.
- Het hoge box 2-tarief tijdelijk verlagen om dividenduitkeringen naar voren te halen.
- De volledige vermogenswinstbelasting verder ontwikkelen richting 2030.
In mediaberichten wordt geraamd dat door de lagere vrijstelling circa 850.000 extra mensen box 3-belasting kunnen gaan betalen. Dit is nog geen definitief vastgesteld uitvoeringseffect.
De plannen zijn nog geen wet
Het politieke en uitvoeringstechnische tijdpad is bijzonder krap. Om invoering per 1 januari 2028 mogelijk te houden, moet de novelle volgens het kabinet vóór het einde van 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen.
Ook de uitvoering kent risico’s. Banken kunnen in het eerste jaar waarschijnlijk nog niet alle benodigde gegevens voor de vooraf ingevulde aangifte leveren. Beleggers zullen aankoopprijzen, verkopen, kosten en verliezen daarom zorgvuldig moeten administreren.
Grote wijzigingen in een portefeuille, dividendbeleid of lening bij de eigen bv uitsluitend op basis van de aankondiging zijn voorbarig. De definitieve wetstekst, overgangsregels en uitvoeringstoets kunnen de uitkomst nog veranderen.
Conclusie
De nieuwe richting lost een belangrijk bezwaar van beleggers op: belasting betalen over koerswinst die nog niet is gerealiseerd. Voor langetermijnbeleggers kan dat een aanzienlijk liquiditeits- en rente-op-rentevoordeel opleveren.
De financiering heeft echter een duidelijke keerzijde. Door de lagere vermogensvrijstelling in 2027 en het lagere heffingsvrije resultaat vanaf 2028 kunnen honderdduizenden Nederlanders met een kleiner vermogen eerder belasting gaan betalen.
Wie spaart, belegt, crypto bezit, vastgoed verhuurt of geld van een eigen bv heeft geleend, doet er goed aan de behandeling van de novelle te volgen. Pas wanneer de wetstekst en overgangsregels bekend zijn, kan de persoonlijke impact betrouwbaar worden berekend.
Veelgestelde vragen over de nieuwe box 3-plannen
Zijn de nieuwe box 3-plannen al definitief?
Nee. Het kabinet heeft de richting en bedragen aangekondigd, maar de wijzigingen moeten nog worden uitgewerkt in wetgeving en door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld.
Wat verandert er volgens het voorstel in 2027?
Het heffingsvrije vermogen gaat volgens het voorstel naar €30.846 per persoon. Daarnaast wordt het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt verhoogd.
Wat verandert er vanaf 2028 voor beleggers?
Voor financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en opties wil het kabinet de waardestijging in beginsel pas belasten wanneer de winst door verkoop wordt gerealiseerd.
Wat is het verschil tussen heffingsvrij vermogen en heffingsvrij resultaat?
Heffingsvrij vermogen is een vrijgesteld deel van het totale vermogen. Heffingsvrij resultaat is een vrijgesteld deel van de jaarlijkse opbrengst, zoals rente, dividend of gerealiseerde koerswinst.
Geldt de vermogenswinstbelasting vanaf 2028 ook voor crypto?
Dat is nog niet duidelijk. De Kamerbrief noemt financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en opties, maar noemt rechtstreeks aangehouden crypto niet afzonderlijk.
Moet ik nu al mijn beleggingen aanpassen vanwege box 3?
Grote wijzigingen uitsluitend op basis van de aankondiging zijn voorbarig. Tarieven, overgangsregels, verliesverrekening en de precieze indeling van bezittingen moeten nog worden uitgewerkt.
Beleggen met een duidelijke en consistente werkwijze
Fiscale regels kunnen veranderen, maar een beleggingsstrategie vraagt om structuur, risicobeheer en een langetermijnplan. Bekijk hoe Beursadvies data en algoritmes in de praktijk toepast.
Bekijk onze werkwijzeDit artikel is gebaseerd op de stand van zaken op 30 september 2026 en is uitsluitend bedoeld als algemene informatie. Het vormt geen persoonlijk belasting- of beleggingsadvies. De besproken maatregelen zijn voorstellen en kunnen tijdens de parlementaire behandeling nog wijzigen. Beleggen brengt risico’s met zich mee. U kunt (een deel van) uw inleg verliezen.